Foto's

 

 

 

 

 eend

 eend

 

 

eendeendeendeend

Alemene informatie

 Mandarijneend

De mandarijneend is en blijft nog steeds de mooiste eend, die elk beginnend eendenliefhebber in zijn collectie zou moeten hebben. Ze behoort tot de PRONKEENDEN. De eenden zijn makkelijk te kweken. Oorspronkelijk kwam de eend alleen voor in Oostelijk Azië. Nog steeds is ze voor aanstaande gehuwden in China het symbool van de huwelijkstrouw. De mandarijneend is echter sinds lange tijd (eerste helft 18e eeuw) ingevoerd in Europa en is ook hier, door het feit dat sommige vogels ontsnapten, in het wild beginnen broeden. De mandarijneend blijft niet gedurende het ganse jaar op kleur. Het mannetje verliest na de broedperiode, juni-juli, geleidelijk aan zijn prachtige vederkleed. Hij neemt dan gedurende een aantal maanden zijn zogenaamd eclipskleed aan en lijkt dan sterk op het vrouwtje. Bovendien zijn zijn poten minder geel van kleur en is zijn snavel minder vuurrood gekleurd. De kleuren beginnen even geleidelijk aan terug te komen vanaf september-oktober. De mandarijneend is gewoonlijk schuw en terughoudend. Een eend die dezelfde levenswijze heeft als de Mandarijneend is de Carolina eend. Ze behoren trouwens tot hetzelfde geslacht (mandarijn = Aix galericulata en carolina = Aix sponsa).

Rooschoudertaling 

Voor een beginnend eendenliefhebber is de roodschoudertaling, naast de mandarijneend, meestal één van de eerste soorten die men aanschaft. En met rede natuurlijk, want dit schattige eendje bekoort iedereen. De roodschoudertaling wordt, net zoals de mandarijneend tot de pronkeenden gerekend. Ze ruziën niet met andere eenden en ze planten zich gemakkelijk voort. Hoewel de jongen toch wel enige bescherming nodig hebben als het slecht weer is. Het mannetje en het vrouwtje verschillen aanmerkelijk. Tijdens de ruiperiode behoudt het mannetje zijn prachtige vederkleed. Hij is dus het ganse jaar op kleur. De roodschoudertaling noemt men ook wel eens de ringtaling, omdat op de gestrekte vleugels een zwart omrande rond witte vlek zichtbaar is. Deze watervogel is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika. Reeds in het begin van de 20ste eeuw werd ermee gekweekt in West-Europa. Aanvankelijk was deze vogel door het verschil in klimaat niet winterhard. Doch doordat er reeds lange tijd mee gekweekt wordt, is hij winterhard geworden. Binnenzetten in de winter kan dan ook meer kwaad doen als goed.

Versicolotalig 

De versicolortaling is ook weer zo'n eendje dat door zijn 'zwartkap' op het hoofd er bijzonder schattig uitziet. Het lijkt wel alsof zijn ogen onder de zwarte kap verborgen zitten. Hij is net zoals de roodschoudertaling oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika. Door het feit dat deze taling reeds tientallen jaren in onze streken wordt gekweekt, heeft hij zich aangepast aan ons klimaat en is hij winterhard geworden. Verwar de vogel niet met de hottentottaling die ook een zwarte kap heeft, maar die kleiner is en op de wangen bovendien een donkere vlek heeft. De versicolortaling is over het algemeen bijzonder zwijgzaam. Hoewel soms kan bij goed luisteren toch een zacht geluid waargenomen worden. De diertjes zijn niet agressief. Ze blijven het ganse jaar door op kleur.

Blauwvleugeltalig 

De blauwvleugeltaling is een taling die de laatste tijd steeds minder voorkomt in de collectie van een eendenliefhebber. Het is een vrij onopvallend eendje. Hetgeen hem direct onderscheid tussen de andere eenden zijn de witte vlekken op de kop van het mannetje aan beide zijden van de snavelbasis. Het lijken wel twee halve manen. Bij het gewoon aanschouwen van de eenden, vraagt men zich af vanwaar de naam blauwvleugeltaling. Er is op het eerste zicht immers niets blauws te zien. Het is pas wanneer het beestje zijn vleugels spreidt dat men kan zien dat de kleinste bovenvleugeldekveren blauw gekleurd zijn. In de natuur komt de blauwvleugeltaling overwegend voor in Noord-Amerika. Hij broedt in de noordelijke staten van de VS en in Canada. De overwintering gebeurd in de zuidelijke staten van de VS en in Centraal en Zuid-Amerika. Het vrouwtje van de blauwvleugeltaling lijkt sterk op dat van de kaneeltaling. Het onderscheid dat direct opvalt is de langere bek van het kaneeltaling vrouwtje. Het is echter aan te raden om nooit een kaneeltaling en een blauwvleugeltaling op eenzelfde vijver te houden. De blauwvleugeltaling blijft niet het ganse jaar op kleur. Na het broedseizoen verliest hij zijn gespikkeld vederpak en hij gelijkt dan sterk op het vrouwtje.

Brilduiker 

De brilduiker is een eend die door zijn eenvoudige kleuren (zwart-wit) meteen opvalt in een collectie. De brilduiker behoort tot de familie van de duikeenden. Ze voelen zich beter op het water als op land. Dit komt doordat hun poten tegenover andere eenden meer naar achter geplaatst zijn. Zij kunnen somt tot 8 meter diep duiken en kunnen tot 30 seconden onder water blijven. Op land waggelen zij wat vooruit. Dit is typisch voor duikeenden die zich onder water het snelst kunnen verplaatsen en dan ook grote afstanden kunnen afleggen onder water. Het fluiten van de vleugels is een typisch kenmerk van de brilduiker als hij vliegt of als hij zijn vleugels uitslaat. Dit wordt veroorzaakt door de bijzonder smalle 5 voorste handpennen. Het zou dienen om de vogels tijdens nachtelijke trektochten bij elkaar te houden. Brilduikers krijgen pas hun kleur tijdens het tweede jaar, dus tijdens hun tweede herfst. Hij blijft niet het ganse jaar door op kleur. Na het broedseizoen neemt hij zijn eclipskleed aan en het mannetje lijkt dan sterk op het vrouwtje. Niettegenstaande men spreekt van de Europese brilduiker, komt deze vogel naast Europa ook in Azië voor.

Baikaltalig

Men zou het een wonder der natuur kunnen noemen. De kleuren van het mannetje in prachtkleed zijn onbeschrijfbaar mooi. Men zou denken dat het een exotische pracht betreft. Niets is echter minder waar. De baikaltaling heeft zijn natuurlijke biotoop in de streken rond Siberië. Hij wordt ook wel eens de Siberische taling genoemd. Nog een andere benaming is de Formosataling. Dit betekent letterlijk "prachtige taling".
De eend is sinds het begin van de twintigste eeuw bekend als siervogel. Aanvankelijk was het fokken vrij moeilijk, doch momenteel vormt dit geen probleem meer. Opvallend is dat de diertjes tijdens de broedperiode vrij tam worden.
In hun natuurlijke biotoop kwamen de diertjes voor in grote aantallen. Deze aantallen zijn doorheen de jaren afgenomen om wille van de jacht in de overwinteringsgebieden en het droogleggen van de broedgebieden voor de landbouw.
De baikaltaling komt reeds het eerste jaar op kleur. De woerd verliest zijn prachtkleed in de zomer en lijkt dan sterk op het vrouwtje. De eenden zijn niet agressief tegenover andere eenden op dezelfde vijver.
Een probleem dat bij de baikaltaling in gevangenschap wel eens kan voorkomen, is dat hij zijn borst leegplukt.

 

Hottentottalig

De hottentottaling is de kleinste zwemeend. Zijn natuurlijke biotoop bevindt zich in Oost-Afrika. Hij komt o.a. voor over geheel Madagascar. Net als de versicolortaling heeft hij een 'zwarte kap' op zijn hoofd. Ze zijn echter geen familie van elkaar. Ze komen bovendien voor in verschillende werelddelen.
Het mannetje en het vrouwtje zijn bijna identiek. Het mannetje is iets groter.
Het zijn rustige eendjes, die voortdurend op kleur blijven. Ze zijn niet agressief tegenover andere eenden.
Ergens las ik dat men Carolina eenden en hottentottalingen best niet bij elkaar zet. Verbazend genoeg zou het kunnen leiden tot kruisingen.

Lees verder...

soorten


Mandarijneend
Roodschoudertaling
Versicolortaling
Blauwvleugeltaling
Europese Brilduiker
Baikaltaling
Hottentottaling
Kuifzaagbek
Europese Smient
Kaneeltaling
Marmertaling
Europese Pijlstaart
Europese Wintertaling
Nonnetje
Buffelkopeend
Ruddy Duck